La Tête Haute

Gisteravond hebben we een prachtige Franse speelfilm gezien over een kind dat met zes jaar uit huis wordt geplaatst. De film schets een zeer realistisch beeld van de levensloop van zo’n kind en wat dat voor gevolgen kan hebben op zijn verdere ontwikkeling. We konden amper geloven dat het hele zaakje geacteerd was want man…. wat konden die acteurs ‘spelen’, we gingen er helemaal in op.

Een meedogende kinderrechter ( Catherine Deneuve), die zich de pijn en het lijden van dit kind enorm aantrekt en een empathische hulpverlener, met een heel hoog gehalte aan emotionele intelligentie, weigeren door de jaren heen, om de jongen helemaal aan zijn lot over te laten wat uiteindelijk vruchten gaat afwerpen (letterlijk en figuurlijk want het kind wordt met 16 jaar vader maar meer verklap ik niet).

Voor mij liet deze film  goed zien dat de enige weg om een ‘onhandelbaar’ kind te bereiken gaat via het begrijpen van zijn emoties en door met hem in contact te blijven (hartencontact welteverstaan). Door hem het gevoel te geven: ‘je staat er niet alleen voor, we begrijpen je, we accepteren je zoals je bent, we beschermen je’. Als je ook maar iets met dit thema hebt is deze film een echte aanrader.

‘Als iemand zich gedraagt op een manier die ons ergert denken we dat hij slecht is, en we weigeren het feit onder ogen te zien dat zijn vervelende gedrag het gevolg is van voorafgaande oorzaken die, als je ze lang genoeg volgt, teruggaan tot voor zijn geboorte, en dus tot gebeurtenissen waarvoor hij op geen enkele wijze verantwoordelijk kan worden gehouden’. Bertrand Russel

Want laten we eerlijk zijn, wat hebben deze ‘onhandelbare’ kinderen vaak meegemaakt. Soms lopen ze zelfs al trauma’s op in de baarmoeder doordat de moeder medicijnen heeft moeten slikken (in mijn geval), of heeft gerookt, alcohol heeft gebruikt of ergere dingen zoals drugs (ja, wiet is ook een drug) en niet al te gezond heeft gegeten (‘junkfood’). Of dat de moeder tijdens de zwangerschap heeft bloot gestaan aan enorme stress door bijvoorbeeld een traumatische ervaring zoals een scheiding, de dood van een geliefd persoon, een ziekenhuisopname of enorme familieruzies (in mijn geval), you name it!

Genen spelen ook een hele belangrijke rol in de hersenontwikkeling van het nog ongeboren kindje. Vaak zie je dan ook bij deze kinderen een familiegeschiedenis waarin overmatig alcoholgebruik, nicotinegebruik, drugsgebruik, verslaving aan medicijnen, een slechte voeding-en levensstijl een grote rol hebben gespeeld. Ik wist op het moment dat ik zwanger werd ook niet dat de levensstijl van mij, mijn familie, mijn oerfamilie en mijn oer, oerfamilie zoveel invloed zouden hebben op het uiteindelijke gedrag van mijn zoon. Achteraf realiseerde ik me dat gelukkig wel waardoor ik hem veel ‘foute keuzes’ heb kunnen vergeven. Mocht je hier meer over willen lezen dan raad ik je het boek aan van Dick swaab. Ons creatieve brein.

Deze hersenonderzoeker schrijft ook over het feit hoe belangrijk het is dat het kind in een stimulerende, inspirerende omgeving opgroeit zodat de hersencellen voortdurend nieuwe verbindingen kunnen aanmaken ( nee, de hele dag voor de computer laten zitten of op zijn of haar telefoon want dat is ook een computer, valt niet onder stimulerend en al helemaal niet onder inspirerend). Deze meneer zegt dat op de leeftijd van vier jaar alle volwassen hersencellen al in het brein aanwezig zijn, er komen er niet meer bij, wel gaan die hersencellen onderling steeds nieuwe verbindingen aanmaken. Daaruit trok ik de conclusie dat, wanneer ik (en trouwens ook mijn zoon) het moeten doen met de hersencellen die we tot aan ons vierde levensjaar hebben ontwikkeld, we daar wel heel zuinig op mogen zijn want wat eenmaal beschadigd raakt (door alcohol, drugs, nicotine, slechte levensstijl, teveel straling e.d) krijgen we niet meer terug en dat is dan weer nadelig voor de hersenontwikkeling van mijn zoon’s nageslacht. Pffff…..wat is ouderschap toch een verantwoordelijke baan 😉

Diegenen die het voorrecht hebben te weten, hebben de plicht te handelen. Albert Einstein.

Advertisements

Vraag en gij zult Ontvangen

Rene diekstra

Als leven pijn doet van Rene Diekstra.
Laatst las ik in dit boek dat 65 % van alle kinderen een gemakkelijk temperament heeft, terwijl ongeveer maar 10% met een echt moeilijk temperament geboren wordt (that’s my luck) 😉

Positief aan dat boek vind ik dat de schrijver met klem benadrukt dat het niet zo hoeft te zijn dat het met die 10%  later slecht zal aflopen of dat ze gedoemd zijn te mislukken alleen maar omdat ze (zeer) moeilijk in de omgang zijn………..

Moeilijk in de omgang staat voor:

Dat deze kinderen moeilijk positief te beinvloeden zijn (stront eigenwijs zijn zeg maar).

Heftige emoties hebben.

Moeilijk te kalmeren zijn.

Vaak last hebben van negatieve stemmingen.

Gecompliceerd gedrag vertonen ( o.a snel driftig worden).

Mits deze kinderen als belangrijkste factor een hechte band hebben met tenminste 1 volwassene (liefst een ouder) voor wie geldt dat ze ook op de momenten dat deze kinderen lastig of moeilijk zijn onvoorwaardelijke en liefdevolle aandacht blijven schenken…….

Mits het kind weet dat het niet bang hoeft te zijn dat die hechte band door zijn of haar eigen schuld stuk kan gaan……..

Mits deze kinderen opgroeien in een gezin waarin sprake is van een duidelijk stabiel rooster van activiteiten (zoals vaste gezamenlijke gezinsmaaltijden nuttigen)……..

Mits deze kinderen faire gedragsregels wordt bijgebracht die regelmatig worden uitgelegd (en nog belangrijker ook worden gecontroleerd of zij zich eraan houden)……..

Mits deze kinderen geleerd wordt om hulp te vragen aan andere gezinsleden maar ook daarbuiten (opa’s, oma’s, ooms, tantes enz.)……….

Zou het toch nog wat met deze kinderen kunnen worden 🙂

Jeugdonderzoekers merken dat kinderen en jongeren met een (zeer) moeilijk temperament het vaak heel moeilijk vinden om dat wat ze voelen in taal uit te drukken.
Ze hebben de grootste moeite om aan te geven waar ze mee zitten (dat moet hun dus geleerd worden).

In onze persoonlijke relatie herken ik heel goed de positieve uitwerking die bovenstaande punten op het gedrag van mijn zoon hebben gehad (die uiteraard tot die 10% behoort).

Echter aan het laatste punt (hulp vragen) zijn we gek genoeg nu pas bewust aan het werken.

Moeilijk hoor als je iemand moet leren om hulp te vragen terwijl je dat zelf ook heel moeilijk vind om te doen ( zelf hoor ik namelijk ook bij die 10% van de mensen met een moeilijk temperament, hoe zou ik anders aan zo’n zoon zijn gekomen) temperament is blijkbaar aangeboren.
Zoon, als je meeleest: dit is niet negatief bedoeld maar juist heel positief want wat leer ik toch veel van jou over mezelf 🙂

Eerst moet ik zelf dus nog leren om (op een nette manier) hulp te vragen, in dit geval aan hem welteverstaan….

schooonmaak

Of hij het gras wil maaien, of hij de vaatwasser wil uitruimen, of hij zijn kamer wil opruimen, of hij de vuile was in de wasmand wil gooien…..

Blijkbaar vind ik dat (nog steeds) heel moeilijk om te doen.

Of ik vraag niks en doe alles zelf (op goeie dagen maakt me dat ook niks uit).
Of ik doe gefrustreerd en Bitchie ( dat is op slechte dagen als alles me tot hier staat, ter hoogte van mijn keel ongeveer)……. een tussenweg is er schijnbaar niet.

Waarom vind ik (op een nette manier) om hulp vragen toch zo moeilijk ????

Mijn theorie: 

Zou het ermee te maken kunnen hebben dat er in een ver verleden niet zo best met mijn hulpvragen is omgegaan ( bijvoorbeeld koel en afwijzend) waardoor ik het maar heb opgegeven of is het toch meer Rene Diekstra’s theorie, zit het gewoon in mijn aard omdat ik de pech heb bij die 10% te horen?

Is het dat wat mijn zoon mij spiegelt op die momenten dat hij zegt: ‘ mam doe je mond dan ook eens open, vraag het me dan gewoon ‘ (met de nadruk op gewoon).
Hij bedoeld dan waarschijnlijk te zeggen: niet half hysterisch, met een sarcastische ondertoon of bevelend.

Maar zo doet hij ook vaak bedenk ik me nu, dus de pot verwijt de ketel! 

Na het lezen van dat boek vraag ik tegenwoordig, op een rustige toon dus, aan mijn zoon of hij wil helpen afdrogen ook al voel ik de frustratie al opkomen over het feit dat ik vind dat hij dat eigenlijk uit zichzelf zou moeten doen (maar….tanden op elkaar klemmen, klauwen intrekken en poeslief blijven).

And Guess what??? Het werkt!!!!
Uiteraard wel nog met een paar kleine gebruiksaanwijzingen waar ik rekening mee dien te houden zoals:

 Eén dag van tevoren vragen of hij (alstublieft) het gras zou willen maaien.

Dus niet van het ene op het  andere moment, als ik in een rotvaart naar de groencontainer ren om iets weg te gooien en vanuit mijn ooghoeken nog net kan zien dat het gras wel erg hoog staat,  weer terug naar binnen rennen, registreren dat hij (in mijn ogen dan) zit te niksen en dan (met zo’n ondertoon) zeggen:
‘ zeg, kun jij het gras niet eventjes afdoen ‘ ?
Dat werkt dus niet bij 10% van de jongeren, dat is te abrupt!

But who cares….. mij raakt het vanaf nu niet meer, daar hebben we al veel teveel kostbare tijd mee verdaan….

Na deze prachtige levensles en met een paar simpele aanpassinkjes (van mijn kant) gaat het vanaf nu zeker lukken.

P.S Gisteren al heel lief aan hem gevraagd of hij vandaag even het gras zou willen maaien: ‘ geen probleem mam ‘….
Regent het verdomme nu weer (mams rustig blijven…..).

Volgens mij heeft die 10% van de jongeren ook nog altijd stront geluk, misschien daar ook maar eens onderzoek naar gaan doen Rene Diekstra ? 😉

guus-geluk

 

 

 

Wilde Kinderen

Even een ode aan de universele (moeder) Liefde.

Op dit moment volg ik de serie Feral Children (wilde kinderen) op Discovery World.

Antropologe Mary-Ann-Craig onderzoekt kinderen die door dieren zijn grootgebracht en onder de meest bizarre omstandigheden zijn opgegroeid. 

Een kind kan een Feral Child (ook wel wolfskind genoemd) worden doordat hij of zij in de vroege jeugd door de ouders (al dan niet opzettelijk) wordt verlaten.

Wanneer je het hebt over wolfskinderen kun je deze ruwweg onderdelen in vier categorieën:

Wolfskinderen alleen in het wild: Deze kinderen hebben de kleinste kans op overleving, ze zijn helemaal op zichzelf aangewezen. Ze zijn afhankelijk van het gebied waar ze leven en een gemakkelijke prooi voor roofdieren. Meestal komen ze pas in het wild terecht als ze al kunnen lopen en zich al bewust zijn van hun behoefte naar voedsel (meestal pas na het zevende levensjaar). Ze kunnen dan al praten maar omdat ze het nooit hoeven te gebruiken en het niet verder ontwikkelen, verleren ze dat. Als ze terug worden gevonden kunnen ze meestal wel nog een taal leren spreken.

Wolfskinderen tussen dieren: Zij zijn meestal veel jonger als ze bij de dieren terecht komen. Omdat ze nog zo jong zijn zien de dieren hun niet snel als bedreiging, daardoor worden ze vaak moeiteloos opgenomen door de groep. De kleine kindjes worden getolereerd, krijgen restjes eten waardoor ze kunnen overleven. Deze wolfskinderen hebben een redelijk besef van sociaal gedrag, dieren onderling hebben vaak een duidelijke hiërarchie, het kind leert dan wie welke rol speelt in de groep en hoe daar mee omgegaan dient te worden. Wanneer een wolfskind daadwerkelijk wordt opgenomen door een groep dieren zal het kind ook (moeder) liefde kunnen herkennen.

Wolfskinderen in isolement: Wanneer een kind in isolement zit, zoals Sujit Kumar, de jongen die in een kippenhok werd opgesloten, kan dat het kind ook veranderen in een wolfskind, door een gebrek aan socialisatie zal het kind weinig of niet kunnen praten. Wolfskinderen in isolement zijn vrijwel altijd een gevolg van mishandeling, de ouders willen het kind niet, maar geven het ook niet weg. Deze wolfskinderen hebben een redelijke kans op het terug veranderen naar een normaal kind, zij horen af en toe een menselijke stem of zien een menselijke expressie waardoor het kind emotie, hoewel gebrekkig, leert herkennen.

En de meest voorkomende maar niet altijd erkende categorie: de moderne wolfskinderen: Deze kinderen zijn ook het gevolg van mishandeling of nalatigheid en worden door hun ouders vaak aan hun lot over gelaten. Deze soort is controversieel (omstreden) omdat het niet lijkt op de andere gevallen, vaak wonen deze kinderen in een stad maar raken toch vervreemd van hun omgeving.

Wanneer er geen interactie plaats vind met dieren dan is de naam ‘ wolfskinderen ‘ niet echt van toepassing, we spreken dan van vervreemde kinderen!

Bron Wikipedia.

Ik zou natuurlijk Onder Moeders Vleugels niet zijn als deze verhalen mij niet aan het hart zouden gaan.

Het verhaal dat mij tot nu toe het meest heeft geraakt is het verhaal van John de Aap-jongen (nee, niet Tarzan want dit is een fictief verhaal, alhoewel….).

Kleine John had geen moeder meer, zij was namelijk al op jonge leeftijd gestorven en alsof dat niet al erg genoeg was werd John ook nog eens ernstig mishandeld door zijn vader. Daardoor liep hij al op drie (of vierjarige) leeftijd weg en vluchtte hij het oerwoud in.

Daar is hij grootgebracht door apen. John heeft drie jaar in de wildernis geleefd, zijn leven in het bos moet heel traumatisch zijn geweest. Toen iemand hem uiteindelijk vond was hij zijn vertrouwen in de mensen helemaal kwijt (wat ik niet verwonderlijk vind) 😦

Wat mij vanaf dit moment tijdens de documentaire zeer heeft verbaasd is het feit dat de mensen om hem heen zo weinig geduld hadden met deze (ogenschijnlijk) driftige, verwilderde, onhandelbare  ‘snotaap ‘. 

Er was niemand die zich ook maar een beetje kon inleven in het kind en ze zagen hem dan ook alleen maar als extreem moeilijk. Natuurlijk was hij dat ook wel maar goh, hoe zou dat nou toch komen?

Hij werd een beetje van hot naar haar gestuurd, tot overmaat van ramp ook nog gepest en buitengesloten totdat……hij op een andere school een lerares (een beschermengel) tegenkwam (Daisy) die zich over hem ging ontfermen…..

Zij was uiteindelijk diegene die dit zwaar getraumatiseerde kind (die zich niet meer wilde wassen, niet meer wilde praten, eigenlijk helemaal niets meer wilde en alleen maar doodsbang was) wist te bevrijden uit zijn lijden.

Hoe heeft ze dat gedaan?

Iedereen zei dat John, de Aap-jongen, nooit meer normaal zou kunnen functioneren, maar daar wilde zij niet aan. Zij wilde perse het tegendeel bewijzen en ging voor hem zorgen.

Daisy (de lerares) voorspelde dat zij ervoor zou gaan zorgen dat John ooit weer zou kunnen praten, zich weer zou gaan wassen en dat hij ooit zijn naam zou kunnen schrijven. Dat is haar ook gelukt. John vertrouwde de lerares meer dan wie ook en de eerste woordjes die hij sprak waren dan ook: ‘ Auntie Daisy ‘ (tante Daisy).

De antropologe Mary-Ann (die haar heeft geïnterviewd) wilde weten waarop haar hoop, die ze al die tijd heeft gehad, gebaseerd was.

Daisy antwoordde: ‘ ik zag iets goeds in John, John was nieuwsgierig naar dingen, ik ben simpelweg van hem gaan houden ‘. Ze zag het als haar opdracht om dat verwilderde kind te temmen. Haar enige wapens waren geduld, (moeder)liefde en zorg. Ze heeft hem al die tijd liefdevol aangemoedigd en sprak lieve woordjes tot hem: ‘ Goed zo John, goed gedaan jongen ‘. Ze zei: ‘ ik hoefde alleen maar als een moeder voor hem te zijn én hem met alles te helpen ‘ (en dit alles zonder materiële beloningen, wauw) 🙂

Ze zei: ‘ ik was het nooit beu, want hij is een mens net zoals alle andere mensen’. 

Toen de antropoloog haar een compliment gaf wilde ze daar niets van weten. Ze vond dat de liefde al het werk had gedaan. Al die tijd had John geen liefde gehad van zijn moeder, zij heeft hem alsnog die moederliefde gegeven, volgens haar had de moederliefde John genezen en niet zijzelf.

Daisy heeft John drie jaar les gegeven voordat hij ging praten. Deze vrouw heeft bewezen dat je zelfs een verwilderd, onhandelbaar, driftig en agressief kind veel kunt leren. Liefde, geduld en moederlijke zorg zijn daarvoor wel de eerste vereisten.

Ik heb diep respect voor dit soort verhalen. Verhalen waarin mensen door (op het eerste oog) vrij eenvoudige, ingetogen, nederige, niet opdringerige, onopvallende, pretentieloze en doodnormale zaken als het geven van oprechte universele (moeder) liefde tot dit soort grootse resultaten komen. 

Daisy was (wéér) die bekende broodnodige (bescherm)engel op John’s pad.

Afbeelding afkomstig van channel.nationalgeographic.com.

Foto

Sterker nog, het is vaak de manier waarop je naar mensen kijkt en over mensen oordeelt waardoor iemand ‘lastig’ wordt.
De vraag is trouwens niet belangrijk de oplossing wel.
De persoon die met dé oplossing komt is meestal de persoon die beseft dat er geen kant en klare oplossing bestaat.
‘Lastige’ kinderen en/of ‘lastige’ ouders in een hokje plaatsen is in ieder geval géén oplossing.
De meetlat is zeer zeker het probleem.
Die mag dan ook best wat bijgesteld worden.

Zonder verwachtingen ook geen teleurstellingen.
Misschien moet de vraag luiden: wat is lastig?

Zegt een moeder die vele slopende ‘lastige’ jaren achter de rug heeft die minder ‘lastig’ zouden zijn geweest als ik toen had geweten wat ik nu weet 😉

‘Lastige’ kinderen hebben heel veel liefde nodig.

‘Lastige’ kinderen zijn vaak de gevoeligste kinderen, die later opgroeien tot zeer gevoelige volwassenen.
‘Lastige’ kinderen hopen dat er iemand is die hun echt ziet.
‘Lastige’ kinderen hopen dat iemand het verschil kan zien tussen wie hij of zij in werkelijkheid is en (zijn of haar) probleemgedrag.
‘Lastige’ kinderen vragen hiervoor (heel veel) aandacht op een ‘ietwat’ onhandige manier 😉

Mooie spreuk dit.

1394450_10202137486618616_78290293_n

Driftbuien komen voort uit stress ten gevolge van verzwakte bijnieren

Op dit artikel: een zwarte dag uit mijn leven met mijn driftige kind kreeg ik onderstaande reactie:

Dankjewel voor het delen van dit verhaal. Ook wij zitten midden in een soortgelijke situatie (zoonlief is ook 6 jaar nu….)

Ik ben wiebelig en wel bezig die balans te vinden. Mooi om dan hier te lezen dat jij die op deze wijze gevonden hebt: ik zit (wij zitten) op het goede pad.
Nu dit zien te blijven volgen, de bal ligt aan onze kant. Nogmaals: dank!

Mijn reactie zet ik even hier neer om dit zeer belangrijke ‘thema’ weer eens op te halen.

Is jouw zoontje ook vaak driftig?
Dat is heel moeilijk voor de ouders en vaak ook voor andere broertjes of zusjes.
Een driftig kind kost je handen vol energie en de stress wat dat veroorzaakt gaat je niet in de koude kleren zitten (en put de bijnieren uit).
Het is doodvermoeiend om iedere dag met een driftig kind te moeten ‘dealen’.
Ook voor het kind is het hebben van al die driftbuien keer op keer weer een uitputtingsslag ( voor zijn kleine lijfje en zijn bijniertjes).

Uiteindelijk kom je als ouders van zo’n kindje (en het kind zelf ook trouwens) in een vicieuze cirkel terecht van overbelaste bijnieren waardoor het humeur er bij alle partijen niet beter op wordt.
Het lijkt alsof deze kindjes de boel op een of andere manier altijd weten te ‘verzieken’ maar in feite komt hun tegendraads gedrag voort uit ‘verzwakte’  bijniertjes, dus eigenlijk zijn ze ook gewoon ‘ziek’.
In ieder geval zijn ze op zijn zachtst gezegd lichamelijk en emotioneel  ‘te zwak’ om de stress van het tegenwoordige (hectische) moderne leven aan te kunnen.
Had ik deze informatie maar twintig jaar eerder gehad dan was alles anders gelopen tussen mij en mijn zoon dat weet ik wel.

Ik ben blij voor jou dat jij wel op tijd op deze informatie bent gestuit.

Het balletje ligt inderdaad aan jullie kant, mooi dat je dat zegt (en ziet).
Jouw kindje doet niet zonder reden zoals hij doet, dat gedrag heeft wel degelijk een oorzaak. Helaas is de wereld nog niet zover om de oorzaak van ‘gedragsproblemen ‘  voor een groot deel in de voeding te zoeken.
Ik heb het dan niet alleen over de voeding die het kind persoonlijk krijgt maar ook over de voeding waarmee de ouders (en vaak ook al de grootouders) zich hebben gevoed.

Hoe erger die voeding gedenatureerd is geweest (ontdaan van al zijn vitale stoffen en bewerkt met synthetische stoffen, die niet thuishoren in een mensenlichaam(pje), hoe erger de degeneratie heeft kunnen optreden, simpelweg door een gebrek aan vitale stoffen en onvoldoende verzadigde vetten (de gevolgen van een ‘verzadigd vet is slecht’ campagne en van vetarm eten in het algemeen).

De cellen van het hersenstelsel, zenuwstelsel, hormoonstelsel en spierstelsel, hebben verzadigd vet hard nodig opdat ze goed kunnen functioneren.
Dus eigenlijk ligt de oorzaak van ‘ondervoede hersentjes’ al een paar generaties terug in de tijd (dit is overigens geen verwijt aan ouders, grootouders en misschien al overgrootouders).
Toen ik op deze informatie stuitte begon ik in te zien, maar vooral aan te voelen, dat gezonde voeding, en dan vooral gezond verzadigd vet, in ons geval ‘de missing link’ was voor al onze (gedrags)problemen. Zowel die van mijn kind als van mijzelf. Dit voelde als de waarheid over voeding!
Ons lichamelijk gestel was al heel wat jaren opbouwende vitale stoffen tekort gekomen die ervoor moesten zorgen dat we ons ‘lekker in ons vel’ konden voelen.

Al die belangrijke zaken die je nodig hebt om kinderen te kunnen opvoeden zoals: geduld, begrip,’een dikke huid’ maar tegelijkertijd kwetsbaar durven zijn, rust uitstralen, je emoties (redelijk) in bedwang kunnen houden, mildheid, dienstbaarheid, inlevingsvermogen en opofferingsgezindheid met één woord LIEFDE dus, kunnen niet echt floreren of tot ontwikkeling komen als een mens voortdurend onder spanning (lees stress) staat.
Teveel adrenaline te weinig cortisol, een hormoonhuishouding die uit balans is, bloedsuikerspiegelschommelingen, het draagt allemaal niet bij tot een beter humeur geloof me maar.

Gezonde voeding en met name verzadigde vetten zijn een hele belangrijke factor in dit bovenstaande persoonlijke verhaal geweest of beter gezegd het gebrek eraan.
Gezonde voeding kan het verschil uitmaken tussen, je laten meeslepen door je emoties en als een kip zonder kop op mensen (je kinderen) reageren of reageren vanuit je gevoel (waar over is nagedacht).
Waarmee ik niet wil zeggen dat je als je vanuit je gevoel reageert nooit boos wordt maar het voelt voor het kind wel degelijk ‘anders’, liefdevoller.
Reageren vanuit je gevoel is nooit kwetsend, vernederend, kleinerend, beledigend of vol verwijten en kritiek.
Mijn antwoord is weer een heel verhaal geworden.
Ik wens jou en alle moeders die te maken hebben met een driftig kind (of kinderen) in ieder geval heel veel sterkte, wijsheid, kracht en liefde toe (en kennis over waarlijk gezonde voeding). You are worth it !!!
Als er iets is weten jullie me te vinden ;-)